Download
cursus Word 2010 en start met leren...
Inhoud
| Algemeen | Basisvaardigheden
| Wijzigingen
aanbrengen | Tekst
opmaken | Alinea's
indelen | Pagina's
opmaken | Afdrukken
De cursus Word 2010 op deze website wordt u gratis door
Cursusentraining.nl
aangeboden. Alle elementaire onderdelen van Word 2010, de
veranderingen en de verbeteringen, worden uitgebreid behandeld
en met duidelijke afbeeldingen en teksten ondersteund. Alle
antwoorden op uw Word 2010 vragen vindt u op deze website.
- U
kunt nu snel en direct deze cursus Word
2010 als PDF-bestand downloaden.
Klik hiervoor op onderstaande bestelknop. Prijs: €
4,95 ( per IDEAL of telefoon )
|
Word
2010 | Werken met teksten
4.1
Opmaken en opmaak verwijderen
In
Word kunt u de tekst opmaken terwijl u aan het typen bent, maar
ook achteraf als de tekst al is getypt. Als u de tekst achteraf
een opmaak wilt geven, moet deze meestal eerst geselecteerd worden.
Ook als u zelf nog helemaal geen tekst hebt opgemaakt, heeft elke
tekst al een bepaalde opmaak. Elke tekst staat in een bepaalde
stijl die de opmaak bepaalt. Zodra u in een document begint, ziet
u welke stijl er gekozen is. In het lint ziet u op de tab Start
in de groepen Stijlen dat een van de stijlen is geselecteerd,
meestal Standaard.

4.1.1 Opmaak verwijderen
Wanneer u handmatig een andere opmaak hebt gekozen dan de standaardopmaak,
kunt u dat achteraf altijd weer verwijderen.
•
Selecteer de test waarvan u de opmaak wilt verwijderen
• Klik op de knop Opmaak wissen in de groep Lettertype
4.2 Tekst vet, cursief en onderstrepen
In
de groep Lettertype vindt u de knoppen Vet, Cursief en Onderstrepen.
U kunt aan de gewijzigde kleur van een knop zien dat de knop is
geactiveerd. Om de gekozen opmaak uit te schakelen klikt u op
de knop.
•
Selecteer de tekst die u vet of cursief wilt maken of die u wilt
onderstrepen
• De miniwerkbalk verschijnt
• Klik op de knop Vet en/of Cursief en/of Onderstrepen
Via de knop ? achter de knop Onderstrepen kan nog gekozen worden
voor verschillende manieren van onderstrepen.
4.3 Lettergrootte en lettertype
U
kunt kiezen uit een groot aantal lettertypen. Vrijwel elk lettertype
kan in verschillende groottes worden weergegeven. Lettertype en
lettergrootte kunt u instellen met de miniwerkbalk, met het lint
en met het snelmenu.
4.3.1
Lettertype en lettergrootte wijzigen tijdens het typen
Het lettertype en de lettergrootte die in eerste instantie wordt
gebruikt,
is vastgelegd in de stijl. U kunt tijdens het typen de tekst die
u gaat typen een ander lettertype of lettergrootte geven.
•
Klik op de knop ? achter Lettertype en maak een keuze
• Klik op de knop ? achter Lettergrootte en maak een keuze
of typ zelf een waarde in en druk op Enter op uw toetsenbord
• U kunt de Lettergrootte ook wijzigen door op de knop Letter
vergroten of Letter verkleinen te klikken
4.3.2
Achteraf het lettertype en de lettergrootte wijzigen
U kunt bestaande tekst ook achteraf voorzien van een ander lettertype
en lettergrootte.
•
Selecteer de tekst die een ander lettertype en/of lettergrootte
moet krijgen
• Herhaal de stappen die beschreven staan bij 4.3.1. ‘Lettertype
en lettergrootte wijzigen tijdens het typen.’
4.3.3 Standaard lettertype instellen
Elk nieuw
document begint met een standaardopmaak die is ingesteld volgens
de ‘fabrieksinstellingen’. U kunt als standaard ook
voor een ander lettertype kiezen.
•
Klik op de van de groep Lettertype. Het dialoogvenster Lettertype
verschijnt
• Selecteer het lettertype en de lettergrootte die u als
standaard wenst
• Klik op de knop Standaard
• Er wordt aan u gevraagd of u zeker weet dat dit het nieuwe
lettertype moet worden voor uw standaarddocumenten
• Klik op Ja
Vanaf
nu zal bij het starten van een nieuw leeg document steeds dit
lettertype gebruikt worden. In alle documenten die u al hebt gemaakt,
wordt deze wijziging niet doorgevoerd! Wel in het document waar
u op het moment van instellen mee bezig was.
4.4
Overige tekstopmaak
Behalve
de al genoemde tekstopmaak mogelijkheden zijn er nog een groot
aantal andere opmaak mogelijkheden. De meest voorkomende staan
op het lint.
4.5
Werken met stijlen
De
stijlen die op het lint staan kunt u gebruiken om snel een bepaalde
opmaak toe te kennen. Meestal is de stijl
Standaard
geselecteerd. Een stijl is een combinatie van bepaalde opmaak
die een naam heeft gekregen. Zo heeft de stijl Kop 1 bijvoorbeeld
tegelijkertijd een grotere letter, een ander lettertype en vet.
Zeker als u bepaalde opmaak vaker wilt laten terugkomen in een
document is het werken met stijlen erg handig. In deze handleiding
zijn de hoofdtitels allemaal in Kop 1, de paragrafen in Kop 2
en de sub paragrafen in Kop 3 gezet. Wanneer u later met Word
grotere documenten wilt maken is het handig om met stijlen te
werken.
Als
u een stuk tekst hebt geselecteerd kunt u bij het aanwijzen van
een stijl met de muis direct zien hoe het eruit ziet. De tekst
wordt bij het aanwijzen getoond in de betreffende stijl. Bevalt
dit niet dan wijst u gewoon een andere stijl aan. Bevalt de stijl
wel dan klikt u op de stijl om deze toe te passen.
•
Selecteer de tekst die u van stijl wilt wijzigen
• Kies een stijl via het lint; een aantal stijlen staan
al op het lint en met de schuifknoppen ? en ? kunt u een andere rij
met stijlen zichtbaar maken en kiezen
• Met de knop ? eronder krijgt u nog meer stijlen te zien
Het wijzigen van de stijl kunt u ook doen door gebruik te maken
van het taakvenster Stijlen.
•
Klik op de in de groep Stijlen
• U krijgt meerdere stijlen in beeld waaruit u kunt selecteren
Als
u werkt met stijlen, kunt u heel snel een andere opmaak aan uw
document geven door een andere stijlenset te kiezen.
•
Klik op de knop Stijl wijzigen
• Klik op Opmaakset
Met
een andere opmaakset blijft de gekozen stijl zoals Standaard,
Kop 1 enzovoort hetzelfde.
4.6
Hoofdletters
De
knop Hoofdletters in het lint valt eigenlijk niet onder de opmaak,
omdat er geen sprake is van opmaak, maar van achteraf wijzigen
van de manier waarop iets is getypt. Normaal typt u iets met hoofdletters
of met kleine letters. Met deze knop kunt u de geselecteerde tekst
omzetten van hoofdletters naar kleine letters en omgekeerd.