Download
cursus Word 2010 en start met leren...
Inhoud
| Algemeen | Basisvaardigheden
| Wijzigingen
aanbrengen | Tekst
opmaken | Alinea's
indelen | Pagina's
opmaken | Afdrukken
De cursus Word 2010 op deze website wordt u gratis door
Cursusentraining.nl
aangeboden. Alle elementaire onderdelen van Word 2010, de
veranderingen en de verbeteringen, worden uitgebreid behandeld
en met duidelijke afbeeldingen en teksten ondersteund. Alle
antwoorden op uw Word 2010 vragen vindt u op deze website.
-
U kunt nu snel en direct deze cursus Word
2010 als PDF-bestand downloaden.
Klik hiervoor op onderstaande bestelknop. Prijs: €
4,95 ( per IDEAL of telefoon )
|
Word
2010 | Alinea’s
5.1
Uitleg alinea
Alle
opmaakmogelijkheden die in dit hoofdstuk aan de orde komen, gelden
altijd voor een hele alinea. Een alinea is en stuk tekst dat begint
op een nieuwe regel en doorloopt tot de volgende nieuwe regel.
Door op Enter van uw toetsenbord te drukken zorgt u ervoor dat
een nieuwe alinea begint. Word noemt een Enter dan ook alineamarkering.
Tijdens
het werken en het aanpassen van alinea’s is het handig de
knop Alles weergeven te gebruiken.
•
Klik op de knop Alles weergeven in de groep Alinea, u ziet de
bijbehorende tekens
Soms
wilt u dat er op een nieuwe regel begonnen wordt, maar niet met
een nieuwe alinea. U gebruikt dan een handmatige regeleinde.
•
Klik op de toetsencombinatie Shift + Enter van uw toetsenbord
Wanneer
de standaardstijl is ingeschakeld, ziet u bijvoorbeeld heel duidelijk
een verschil tussen een alineamarkering en een handmatig regeleinde.
Bij een alineamarkering komt er extra ruimte tussen de regels,
dit heet alinea-afstand. Bij een handmatig regeleinde is alleen
de regelafstand te zien.
De
alinea-opmaak kan zowel vooraf worden ingesteld als achteraf worden
aangepast. Als u de alinea-opmaak achteraf aanpast, kunt u dat
op de volgende manieren doen:
•
De cursor in de alinea zetten: dan geldt het slechts voor alleen
die alinea
• Een deel van de alinea(s) selecteren: dan geldt het voor
de alinea(s) die gedeeltelijk geselecteerd zijn. Dus ook voor
de niet geselecteerde onderdelen van deze alinea(s)
• De hele alinea of alinea’s selecteren
5.1.1
Liniaal
Bij het indelen van de tekst kunt u in de liniaal bepaalde instellingen
aflezen en wijzigen. Om de liniaal te gebruiken moet deze wel
in het venster worden weergegeven.
•
Ga in het tabblad Beeld naar de groep Weergeven
• Vink het vakje voor Liniaal aan
Of
• Klik rechts in uw scherm boven de verticale schuifbalk
op de knop Liniaal
Er
verschijnt een verticale liniaal links in uw scherm en een horizontale
liniaal boven uw pagina. In de linialen ziet u een maatverdeling
in centimeters. Het licht blauwe gedeelte is de plaats waar de
tekst van het document zal komen, de donkere blauwe delen zijn
de marges. In de horizontale liniaal zit u op de scheiding van
lichtblauw en donkerblauw de symbolen die de inspringing aan geven.
De kleine streepjes onder de maatverdeling staan voor de standaard
tab-stops.
5.1.2
Uitlijning
De tekst staat over het algemeen tussen de linkermarge en de rechtermarge.
De manier waarop de tekst tussen de marges staat, wordt de uitlijning
genoemd.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea en kies de uitlijning die u wenst
Of
• Gebruik de miniwerkbalk, hierin is echter alleen de knop
Centreren te zien
Of
• Klik met uw rechtermuisknop
• Klik op Alinea
• Regel de uitlijning zoals u die wenst en klik op OK
5.1.3 Regelafstand en alinea-afstand
Standaard is er tussen de regels een ruimte die past bij de grootte
van de letter. Dit wordt de regelafstand genoemd.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de ? achter de knop Regelafstand

Of
• Klik in de groep Alinea op de
• Kies de regelafstand die u wenst en klik op OK
De
ruimte tussen de alinea’s heet de alinea-afstand. Ook die
kunt u instellen.
•
Klik in de groep Alinea op de
• Kies de alinea-afstand die u wenst en klik op OK
5.2 Inspringen
Meestal
zal een tekst vanuit de linkermarge beginnen. Wanneer u de tekst
wat verder van de linkermarge wilt laten beginnen, is er sprake
van ‘links’ inspringen. U kunt kiezen om alle regels
van een alinea te laten inspringen of slechts een gedeelte van
de regels.
U kunt de tekst ook vanaf de rechtermarge laten inspringen. Dit
wordt minder vaak gebruikt.
5.2.1
Hele alinea links inspringen
U kunt een alinea vanaf de linkerkant inspringen.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de knop Inspringing vergroten
• Telkens als u op deze knop klikt, schuift de tekst verder
op
• Klik op de knop Inspringing verkleinen als u te ver bent
gegaan
U
kunt ook de mate van inspringen regelen.
•
Klik op het tabblad Pagina-indeling
• Ga naar de groep Alinea
• Regel door middel van de knoppen ?? de mate van inspringen
Met de knoppen op het tabblad Start wordt altijd ingesprongen
naar de ingestelde tabstops. Wat
de huidige inspringing is, ziet u niet alleen aan de tekst zelf,
maar ziet u ook in de liniaal met de inspringsymbolen. Hiervoor
moet de cursor in de alinea staan. Om deze instelling te wijzigen
kunt u, naast de hierboven beschreven methode ook de liniaal gebruiken.
Let goed op de plaats van de muisaanwijzer. Wijs eventueel eerst
en wacht dan de scherminformatie af.
Links inspringen
Plaats de muisaanwijzer op het vierkante blokje van het inspringsymbool
Links inspringen en sleep dit naar de gewenste plaats.
Rechts inspringen
Plaats de muisaanwijzer op het inspringsymbool Rechts inspringen
en sleep dit naar de gewenste plaats.
In
beide gevallen geldt dat u ook in de marges (donker blauwe deel
van de liniaal) kunt slepen. U maakt dan in feite een negatieve
inspring, zodat de alinea in de marge doorloopt.
5.2.2
Alinea gedeeltelijk links inspringen
De inspringing vanaf de linkermarge kunt u ook afwijkend maken
voor de eerste regel van een alinea. Dit wordt Eerste regel inspringen
genoemd of Verkeerd om inspringen. Bij Eerste regel inspringen
zal de eerste regel van de alinea verder vanaf de linkermarge
starten dan de andere regels van de alinea. Bij verkeerd om inspringen
is het net andersom.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik in de groep Alinea op de
• Ga naar het gedeelte Inspringen
• Kies de afstand die u wenst en klik op OK
Met
Inspringing en spiegelen kunt u aangeven dat op even pagina’s
de inspringing vanaf links daadwerkelijk links komt en bij oneven
pagina’s aan de rechterkant.
U
kunt het regelen van het inspringen ook met de liniaal doen. Dat
gaat sneller maar is niet zo nauwkeurig.
Eerste
regel inspringen
Plaats de muisaanwijzer op het bovenste driehoekje van het inspringsymbool
links en sleep dit naar de plaats waar de eerste regel van de
alinea moet starten.
Verkeerd
om inspringen
Plaats de muisaanwijzer op het onderste driehoekje en sleep dit
naar de plaats waar de andere regels van de alinea moeten starten.
Het vierkante blokje wordt met dit onderste driehoekje mee verplaatst.
5.3 Tabs instellen
Om
gegevens in kolommen onder elkaar te zetten hebt u in Word verschillende
mogelijkheden. Eén van de mogelijkheden is het werken met
Tab-toetsen en het instellen van tabstops.
In
de liniaal kunt u goed zien hoe de tabstops ingesteld staan voor
de alinea waarin de cursor staat. De kleine streepjes onder de
maatverdeling zijn de standaard-tabstops. Naast deze standaard-tabstops
kunt u zelf tabstops plaatsen. Deze ziet u dan terug in de liniaal.
Tabstops
stelt u in per alinea. Dat betekent dat u bij het maken en wijzigen
altijd alinea’s die u wilt wijzigen eerst moet selecteren.
Selecteert u niets dan wijzigt u alleen de instelling van de alinea
waar de cursor staat. U zult daarom in documenten zien dat bij
een tabel met tabstops vaak handmatige regeleinde zijn gebruikt
door het gebruik van de Shift+Enter toetsen.
5.3.1 Tabstop soorten
Door tabstops te gebruiken kunnen gegevens netjes onder elkaar
geplaatst worden in kolommen. Telkens als u op de Tab-toets van
uw toetsenbord drukt, zal de cursor verspringen naar de eerstvolgende
tabstop. Als de knop Alles weergeven is ingeschakeld, ziet u een
tabstop altijd als een pijltje.
Er
zijn in Word vijf soorten tabstops; rechtslijnende tabs, linkslijnende
tabs, centreertabs, decimale tabs en lijntabs. De soort tab bepaalt
hoe de tekst in deze tabkolom eruit komt te zien. Bij een rechtslijnende
tab bijvoorbeeld eindigt de tekst rechts in deze kolom. Bij een
centreertab rondom de tabstop.
Een
lijntab is een heel bijzondere tabsoort. Word gaat normaal naar
de tabstop als u op de Tab-toets drukt. Bij een lijntab wordt
de lijn al direct in de alinea gezet. U gebruikt dus niet de Tab¬-toets.
Bij
alle soorten tabstops, behalve bij lijntabs, kunt u bovendien
gebruikmaken van opvultekens. Normaal wordt de ruimte naar de
tabstops leeg gelaten, maar u kunt er ook voor kiezen deze ruimte
op te vullen met puntjes of strepen.
5.3.2
Tabstops instellen met de liniaal
Zorg dat de liniaal zichtbaar is. Boven aan de verticale liniaal
ziet u een vierkantje. Hiermee kunt u de verschillende soorten
tabstops selecteren. Elk soort heeft een eigen symbool.
• Ga met uw muis naar de Tabselector. Het scherminfo wat
verschijnt, geeft aan op welke tabsoort de Tabselector staat
• Klik op de Tabselector totdat u de soort tabstop gevonden
heeft die u nodig hebt
• Klik in de liniaal op de plaats waar de tabstop moet komen.
U ziet de tabstop in de liniaal staan
• Staat de tabstop niet helemaal op de juiste plaats dan
kunt u deze alsnog verslepen naar de juiste plek
5.3.3
Tabstops instellen met het dialoogvenster
Met het dialoogvenster Tabs kunt u tabstops tot op de millimeter
nauwkeurig instellen. Bovendien kunt u hiermee wat eenvoudiger
de tabstops veranderen van soort.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik in de groep Alinea op de
• Klik in het dialoogvenster links onder op de knop Tabs
• Typ onder Tabpositie de plaats waar de tabstop moet komen
• Kies bij Uitlijnen de soort die u wilt plaatsen
• Kies bij Opvulteken eventueel het teken dat gebruikt moet
worden als opvulteken
• Klik op Instellen
• Herhaal dit voor alle tabstops die u wilt instellen en
klik dan op OK
Als
u achteraf iets aan de tabinstelling wilt wijzigen, selecteert
u eerst de alinea(s) en roept u het dialoogvenster Tabs op.
Uitlijning
wijzigen
Om de tabsoort te wijzigen selecteert u de tabstop in de lijst
met tabposities. U kunt de huidige soort aflezen en wijzigen in
een andere soort. Klik daarna op Instellen en OK.
Tabstop verwijderen
Om een tabstop te verwijderen selecteert u de tabstop en klikt
u op Wissen.
Nieuwe tabstops plaatsen
Typ de positie in het vak Tabpositie, stel de uitlijning en het
opvulteken in en klik op Instellen.
Alle tabstops wissen
Om alle zelf geplaatste tabstops te verwijderen gebruikt u Alles
wissen.
Zoals
u kunt zien, kunt u in dit dialoogvenster ook de standaard-tabstops
wijzigen en ze bijvoorbeeld om de 2 cm plaatsen.
5.4
Opsommingstekens en nummering
In
allerlei soorten documenten komen lijsten voor zoals actielijsten
bij notulen van vergaderingen, opsommingen, genummerde lijsten
enz. Het maken en aanpassen van lijsten is vrij eenvoudig en er
zijn heel veel mogelijkheden wat de opmaak betreft.
Er
zijn twee soorten lijsten: een lijst waarbij alinea´s als
uitgangspunt gebruikt worden en lijsten met stijlen als uitgangspunt.
•
Bij alinealijsten krijgt elke eerste regel van een alinea een
opsommingsteken of nummer.
• Bij stijllijsten krijgt elke stijl een opsommingsteken
of nummer.
Deze lijsten kunnen door elkaar gebruikt worden.
Lijsten
in Word kunnen voorzien worden van een opsommingsteken of van
een nummer. Daarnaast is een nummering met meer niveaus mogelijk.
Hiervoor vindt u knoppen in het lint op het tabblad Start, groep
Alinea. Met de knop ? achter de knoppen kan de opmaak van de lijst
worden aangepast. Alle soorten lijsten kunnen voor het typen van
de tekst en achteraf worden ingesteld en opgemaakt.
5.4.1 Lijst met opsommingstekens
Een lijst kan voorzien worden van verschillende soorten opsommingstekens.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de knop Opsommingstekens in de alinea waar de
cursor staat ziet u een opsommingsteken verschijnen
Wilt
u achteraf alinea(s) voorzien van een opsommingsteken, dan moet
u de alinea(s) eerst selecteren en dan de knop Opsommingstekens
gebruiken.
Eigen
opsommingsteken kiezen
U kunt ook zelf een opsommingsteken kiezen.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de ? naast de knop Opsommingstekens
• Zodra u met de muisaanwijzer over de verschillende Opsommingstekens
ziet u in uw tekst wat het resultaat kan zijn
• Is het teken naar wens klik dan op het betreffende Opsommingsteken
U kunt uit nog meer opsommingsteken kiezen.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de ? naast de knop Opsommingstekens
• Kies voor Nieuw opsommingsteken definiëren
• Klik op de knop Symbool
• U kunt nu uit een groot aanbod van symbolen kiezen
• Nadat u uw keuze gemaakt hebt klikt u op de knop OK

Op dezelfde wijze kunt u een keuze maken uit een andere Afbeelding
of Lettertype.
Plaats
van opsommingsteken en tekst regelen
Word bepaald standaard de plaats van het opsommingsteken en de
ruimte tussen het opsommingsteken en de tekst die erachter staat.
U kunt dit zelf aanpassen met behulp van de liniaal. Zoals bij
inspringen is beschreven kunt u hier de plaats van het bovenste
deel en de onderste delen van het inspringsymbool verschuiven.
Het bovenste driehoekje staat voor de plaats van het opsommingsteken,
het onderste voor de plaats van de tekst erachter. Al u beide
tekens wilt verslepen en de onderlinge afstand gelijk wilt houden,
sleept u met het onderste blokje. Als u klikt op een opsommingsteken
in de lijst, ziet u dat alle opsommingstekens een grijze achtergrond
krijgen. Door te slepen met een opsommingsteken naar rechts of
naar links kunt u de tekst en het teken ook verschuiven.
5.4.2
Genummerde lijsten
In plaats van opsommingstekens kunt u lijsten ook automatisch
laten nummeren. Komen er nieuwe alinea’s bij of worden er
alinea’s verwijderd, dan zal de nummering worden aangepast.
•
Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de knop Nummering, in de alinea waar de cursor
staat ziet u een nummer verschijnen
Wilt u achteraf alinea(s) voorzien van nummering, dan moet u de
alinea(s) eerst selecteren en dan de knop Nummering gebruiken.
Eigen nummering kiezen
• Klik op de het tabblad Start
• Ga naar de groep Alinea
• Klik op de ? naast de knop Nummering
• Zodra u met de muisaanwijzer een soort Nummering aanwijst
zonder te klikken, ziet u in uw tekst wat het resultaat kan zijn.
• Is het teken naar wens klik dan op de betreffende Nummering
U
kunt de manier van nummeren zelf bepalen en de ruimte tussen het
nummer en de tekst aanpassen zoals beschreven staat bij opsommingstekens.
Niveau in lijst wijzigen
Binnen een lijst kunt u ook werken met meer niveaus. Bij een lager
niveau springt de tekst in en meestal wijzigt dan ook het nummer
of opsommingsteken.
Bij
een gewone genummerde lijst kunt u een ander niveau opgeven voor
een alinea. Word kiest dan het bijbehorende opsommingsteken.
•
Plaats de cursor in de alinea die een ander niveau moet krijgen
• Klik op ? naast Nummering
• Klik op Lijstniveau wijzigen
• Klik op het gewenst niveau
Wilt
u direct kunnen kiezen op welke manier de nummering met meer niveaus
verloopt, gebruik dan de knop Lijst met meerdere niveaus.
•
Selecteer de alinea(s)
• Klik op de ? naast de knop Lijst met meerdere niveaus
(deze bevindt zich naast de knop Nummering)
• Maak een keuze uit de voorbeelden. Alle alinea’s
staan nu op hetzelfde niveau
• Selecteer de alinea’s die een lager niveau moeten
krijgen
• Kies het juiste niveau met de ? achter de knop Lijst met
meerdere niveaus voor Lijstniveau wijzigen
